Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 78

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De officier van justitie of de hulpofficier, voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze bepalen, dat hij aan zijn lichaam of aan zijn kleding zal worden onderzocht.

  2. De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd de aangehoudene, tegen wie ernstige bezwaren bestaan, aan zijn kleding te onderzoeken.

  3. Wanneer er in geval van het eerste lid bijzondere aanwijzingen zijn dat voorwerpen of stoffen in of langs de weg van de natuurlijke openingen van het lichaam verborgen worden gehouden, kan het onderzoek aan het lichaam zich ook daartoe uitstrekken, doch slechts indien:

    1. het onderzoek plaatsvindt door een medisch deskundige, wanneer het betreft een onderzoek van de maag, een rectaal of vaginaal onderzoek, en een meer dan oppervlakkig onderzoek van andere lichaamsholten, en

    2. het onderzoek geschiedt op een daartoe geschikte plaats en, indien het niet door een medisch deskundige wordt verricht, door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als dat van de verdachte die aan het onderzoek wordt onderworpen.

  4. Indien bij het onderzoek, bedoeld in het derde lid, instrumenten of kunstmatige middelen worden aangewend met het doel de verwijdering van voorwerpen en stoffen uit het lichaam te bewerkstelligen, dient voor het gebruik daarvan door de rechter-commissaris machtiging te worden verleend. In die machtiging kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de wijze van uitvoering.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. De officier van justitie of de hulpofficier, voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden, kan bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze bepalen, dat hij aan zijn lichaam of aan zijn kleding zal worden onderzocht.

  2. De overige opsporingsambtenaren zijn bevoegd de aangehoudene, tegen wie ernstige bezwaren bestaan, aan zijn kleding te onderzoeken.

  3. Wanneer er in geval van het eerste lid bijzondere aanwijzingen zijn dat voorwerpen of stoffen in of langs de weg van de natuurlijke openingen van het lichaam verborgen worden gehouden, kan het onderzoek aan het lichaam zich ook daartoe uitstrekken, doch slechts indien:

    1. het onderzoek plaatsvindt door een medisch deskundige, wanneer het betreft een onderzoek van de maag, een rectaal of vaginaal onderzoek, en een meer dan oppervlakkig onderzoek van andere lichaamsholten, en

    2. het onderzoek geschiedt op een daartoe geschikte plaats en, indien het niet door een medisch deskundige wordt verricht, door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als dat van de verdachte die aan het onderzoek wordt onderworpen.

  4. Indien bij het onderzoek, bedoeld in het derde lid, instrumenten of kunstmatige middelen worden aangewend met het doel de verwijdering van voorwerpen en stoffen uit het lichaam te bewerkstelligen, dient voor het gebruik daarvan door de rechter-commissaris machtiging te worden verleend. In die machtiging kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot de wijze van uitvoering.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES