Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 309

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. De terechtzitting is openbaar, tenzij het Hof ambtshalve, dan wel op de vordering van de procureur-generaal of op het verzoek van de verdachte, in het belang van de openbare orde of de zedelijkheid beveelt, dat de behandeling ter terechtzitting geheel of ten dele met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel kan ook worden gegeven op het verzoek van een getuige op grond dat het in het openbaar afleggen van zijn verklaring voor hemzelf, voor een of meer van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of de derde graad of voor zijn echtgenote of vroegere echtgenote, dan wel de persoon met wie hij duurzaam feitelijk samenwoont of heeft samengewoond, een ernstige krenking van eer of goede naam ten gevolge zou hebben.

  2. De redenen worden in het proces-verbaal van de terechtzitting vermeld.

  3. Het Hof geeft het bevel niet dan na de verzoeker en in ieder geval de procureur-generaal en de verdachte, zo nodig met gesloten deuren, te hebben gehoord.

  4. Indien de in het eerste lid bedoelde beslissing in eerste aanleg is gegeven, staat daartegen geen beroep open.

  5. Tot bijwoning van de niet openbare zitting kan de voorzitter, de procureur-generaal en de verdachte gehoord, bijzondere toegang verlenen.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. De terechtzitting is openbaar, tenzij het Hof ambtshalve, dan wel op de vordering van de procureur-generaal of op het verzoek van de verdachte, in het belang van de openbare orde of de zedelijkheid beveelt, dat de behandeling ter terechtzitting geheel of ten dele met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel kan ook worden gegeven op het verzoek van een getuige op grond dat het in het openbaar afleggen van zijn verklaring voor hemzelf, voor een of meer van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of de derde graad of voor zijn echtgenote of vroegere echtgenote, dan wel de persoon met wie hij duurzaam feitelijk samenwoont of heeft samengewoond, een ernstige krenking van eer of goede naam ten gevolge zou hebben.

  2. De redenen worden in het proces-verbaal van de terechtzitting vermeld.

  3. Het Hof geeft het bevel niet dan na de verzoeker en in ieder geval de procureur-generaal en de verdachte, zo nodig met gesloten deuren, te hebben gehoord.

  4. Indien de in het eerste lid bedoelde beslissing in eerste aanleg is gegeven, staat daartegen geen beroep open.

  5. Tot bijwoning van de niet openbare zitting kan de voorzitter, de procureur-generaal en de verdachte gehoord, bijzondere toegang verlenen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES