Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Algemene bepalingen

Artikel 177h

  1. Bevelen tot toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titel XVIII en XIX alsmede een wijziging, aanvulling, verlenging of intrekking daarvan worden schriftelijk gegeven. Aan een schriftelijk bevel staat gelijk een mondeling bevel dat, op straffe van nietigheid, binnen drie dagen op schrift wordt gesteld.

  2. Een schriftelijk bevel vermeldt:

    1. het misdrijf en in geval van verdenking indien bekend de naam of anders een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de verdachte;

    2. de feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat de wettelijke voorwaarden voor uitoefening van de bevoegdheid zijn vervuld;

    3. de wijze waarop aan het bevel uitvoering moet worden gegeven, en

    4. de geldigheidsduur van het bevel.

  3. Elk bevel kan worden gewijzigd, aangevuld, verlengd of ingetrokken.

  4. Onverminderd artikel 53 worden schriftelijke bevelen, alsmede de schriftelijke wijziging, aanvulling, verlenging en intrekking ervan, bij de processtukken gevoegd, zodra het onderzoek dit toelaat.

  5. Zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, die ten grondslag liggen aan de gegeven bevoegdheid, bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van het bevel, de vordering dan wel de overeenkomst tot toepassing ervan wordt beëindigd.

  6. Teneinde toepassing te geven aan een bevel als bedoeld in het eerste lid, kan een technisch hulpmiddel worden ingezet. Onder het inzetten van een technisch hulpmiddel wordt mede verstaan het plaatsen en verwijderen van een technisch hulpmiddel.

  7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de technische eisen waaraan de hulpmiddelen, bedoeld in het zesde lid, voldoen, onder meer met het oog op de onschendbaarheid van de vastgelegde waarnemingen.

Artikel 177i

  1. Een machtiging van de rechter-commissaris als bedoeld in titel XVIII wordt schriftelijk gegeven. Aan een schriftelijke machtiging staat gelijk een mondelinge machtiging die, op straffe van nietigheid, binnen drie dagen op schrift wordt gesteld.

  2. De machtiging wordt gegeven op schriftelijke vordering van de officier van justitie. Aan een schriftelijke vordering staat gelijk een mondelinge vordering die binnen drie dagen op schrift wordt gesteld.

  3. De vordering geeft het voorgenomen bevel kort weer en bevat een uiteenzetting omtrent de redenen welke tot de vordering aanleiding hebben gegeven.

  4. De machtiging betreft alle onderdelen van het bevel. Indien ter uitvoering van het bevel een woning mag worden betreden, wordt dat uitdrukkelijk in de machtiging vermeld.

  5. Indien voor een bevel van de officier van justitie een machtiging van de rechter-commissaris is vereist, is ook voor een wijziging, aanvulling of verlenging van dat bevel een machtiging vereist.

  6. Onverminderd artikel 53 worden de in het eerste, tweede en vijfde lid bedoelde documenten bij de processtukken gevoegd zodra het onderzoek dit toelaat.

Artikel 177j

Bij ministeriële regeling kunnen personen in de openbare dienst van de andere landen van het Koninkrijk of van een vreemde staat die voldoen aan in de algemene maatregel van bestuur te stellen eisen voor de toepassing van daarin aan te wijzen bevoegdheden met een opsporingsambtenaar gelijk worden gesteld.

Artikel 177k

  1. De officier van justitie voegt de processen-verbaal en andere voorwerpen waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door de uitoefening van een van de bevoegdheden genoemd in de titels XVIII en XIX, voor zover die voor het onderzoek in de zaak van enige betekenis zijn, bij de processtukken.

  2. Voor zover de processen-verbaal of andere voorwerpen mededelingen behelzen gedaan door of aan een persoon die zich op grond van artikel 252 zou kunnen verschonen indien hem als getuige naar de inhoud van die mededelingen zou worden gevraagd, worden deze processen-verbaal en andere voorwerpen onverwijld vernietigd.

  3. Onverminderd artikel 53, vindt de voeging bij de processtukken plaats zodra het onderzoek dat toelaat.

  4. Indien geen processen-verbaal van de uitoefening van één van de bevoegdheden, bedoeld in de titels XVIII en XIX, bij de processtukken zijn gevoegd, wordt van het gebruik van deze bevoegdheid in de processtukken melding gemaakt.

Artikel 177ka

  1. De officier van justitie doet aan de betrokkene schriftelijk mededeling van de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de titels XVIII en XIX, zodra het belang van het onderzoek dat toelaat. De mededeling blijft achterwege, indien uitreiking van de mededeling redelijkerwijs niet mogelijk is.

  2. Als betrokkenen in de zin van het eerste lid worden aangemerkt:

    1. de persoon ten aanzien van wie een van de bevoegdheden van Titel XVIII of XIX is uitgeoefend;

    2. de gebruiker van een communicatiedienst als bedoeld in artikel 177r, eerste lid;

    3. de rechthebbenden, bedoeld in de artikelen 177l, tweede lid, 177p, eerste lid en 177q, tweede lid.

  3. Indien de betrokkene de verdachte is, kan mededeling achterwege blijven, indien hij op grond van de processtukken met de bevoegdheidstoepassing op de hoogte kan komen.

Artikel 177kb

  1. Zolang de zaak niet is geëindigd, bewaart de officier van justitie de processen-verbaal en andere voorwerpen, waaraan gegevens kunnen worden ontleend die zijn verkregen door toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titels XVIII en XIX, voor zover die niet bij de processtukken zijn gevoegd, en houdt deze ter beschikking van het onderzoek.

  2. Zodra twee maanden verstreken zijn nadat de zaak geëindigd is en de laatste mededeling, bedoeld in artikel 177ka, is gedaan, doet de officier van justitie de processen-verbaal en andere voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, vernietigen. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

  3. Met een zaak die geëindigd is, wordt bij de toepassing van het tweede lid gelijkgesteld een voorbereidend onderzoek dat naar redelijke verwachting niet tot een zaak zal leiden.

Artikel 177kc

  1. De officier van justitie kan schriftelijk bepalen dat gegevens die zijn verkregen door toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titel XVIII en XIX, kunnen worden gebruikt voor een ander strafrechtelijk onderzoek dan waartoe de bevoegdheid is uitgeoefend.

  2. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, behoeven de gegevens, in afwijking van artikel 177kb, tweede lid, niet te worden vernietigd, totdat het andere onderzoek is geëindigd.

  3. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid worden alle stukken, die betrekking hebben op de uitoefening van de betreffende bevoegdheid bij de processtukken van de nieuwe zaak gevoegd.

Artikel 177kd

Bij algemene maatregel van bestuur, kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de wijze waarop de processen-verbaal en andere voorwerpen, die zijn verkregen door toepassing van een bevoegdheid als bedoeld in titel XVIII en XIX, worden bewaard en vernietigd en omtrent de wijze waarop de mededeling, bedoeld in artikel 177ka, wordt gedaan.

Artikel 177ke

Degene tot wie een vordering als bedoeld in de artikelen 177r, derde lid, 177s en 177t of een bevel als bedoeld in artikel 177v is gericht neemt in belang van het onderzoek geheimhouding in acht omtrent al hetgeen hem terzake van de vordering bekend is.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES