-
De schipper geeft onverwijld en op de snelst mogelijke wijze kennis aan de officier van justitie van elk misdrijf aan boord begaan, waardoor de veiligheid van het vaartuig of van de opvarenden in gevaar is gebracht of waardoor iemands dood of zwaar lichamelijk letsel is veroorzaakt.
-
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder vaartuig begrepen een installatie ter zee en wordt onder een misdrijf, aan boord begaan, begrepen een misdrijf, begaan op zulk een installatie.
-
Artikel 522, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Derde Afdeling
Artikel 542
-
De schipper zorgt dat aan boord een register van strafbare feiten aanwezig is, blad voor blad genummerd en gewaarmerkt door een ambtenaar, te wiens overstaan de monstering geschiedt.Voor het waarmerken worden geen kosten in rekening gebracht.
-
Hij zorgt dat in het register onverwijld wordt vermeld:
elk te zijner kennis gekomen misdrijf als bedoeld in artikel 541;
elk strafbaar feit ten aanzien waarvan hij van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 522, eerste lid, gebruik heeft gemaakt;
elk strafbaar feit, aan boord van zijn schip of door een opvarende begaan, waarvan door een opvarende vermelding in het register wordt verlangd of waarvan hij zelf de vermelding wenselijk acht.
-
Bij toepassing van het tweede lid worden vermeld: de plaats waar en het tijdstip waarop het feit is begaan, de personalia en nationaliteit van de verdachte en van de getuigen, alsmede de maatregelen ingevolge de bepalingen van deze titel genomen door de schipper of op zijn aanwijzing door de scheepsofficier.
-
De vermeldingen worden gedagtekend en door de schipper ondertekend.
-
De schipper doet het register viseren door de daartoe bevoegde ambtenaar. Onze Minister van Justitie kan terzake nadere regels stellen.
De schipper geeft het register op eerste vordering van een opsporingsambtenaar aan deze ter inzage.
Artikel 543
-
De schipper geeft aan de ambtenaar, die krachtens enige wettelijke bepaling toegang heeft tot zijn vaartuig, op diens eerste vordering gelegenheid zich aan of van boord te begeven.
-
De ambtenaar is in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening niet onderworpen aan het gezag van de schipper over de opvarenden.
Artikel 544
De bepalingen van het Derde Boek zijn op deze titel van toepassing, voor zover daarin niet uitdrukkelijk anders is bepaald.