Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 630

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Op voorwerpen en vorderingen van de veroordeelde die niet op grond van artikel 119a in beslag zijn genomen geschiedt verhaal krachtens een dwangbevel medebrengende het recht om die goederen zonder vonnis aan te tasten.

  2. Het dwangbevel wordt in naam van de Koning uitgevaardigd door het openbaar ministerie. Het wordt ten uitvoer gelegd als een vonnis van de burgerlijke rechter.

  3. De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan niet worden geschorst dan door een verzet, dat evenwel nimmer gericht zal kunnen zijn tegen het vonnis waarbij de geldboete werd opgelegd. Verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed bezwaarschrift, dat voor de verkoop en uiterlijk binnen zeven dagen te rekenen van de dag van de inbeslagneming, wordt ingediend bij het gerecht waartoe de rechter behoort, die de straf heeft opgelegd. Het gerecht geeft binnen zeven dagen, na zo nodig de veroordeelde en de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd, te hebben gehoord, althans daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen om te verschijnen, zijn met redenen omklede beschikking, die onverwijld aan de veroordeelde wordt betekend.

  4. Ten aanzien van derden, die bij een inbeslagneming van goederen daarop geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben, zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES van toepassing.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2015.

Tekst van deze versie

  1. Op voorwerpen en vorderingen van de veroordeelde die niet op grond van artikel 119a in beslag zijn genomen geschiedt verhaal krachtens een dwangbevel medebrengende het recht om die goederen zonder vonnis aan te tasten.

  2. Het dwangbevel wordt in naam van de Koning uitgevaardigd door het openbaar ministerie. Het wordt ten uitvoer gelegd als een vonnis van de burgerlijke rechter.

  3. De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan niet worden geschorst dan door een verzet, dat evenwel nimmer gericht zal kunnen zijn tegen het vonnis waarbij de geldboete werd opgelegd. Verzet wordt gedaan bij een met redenen omkleed bezwaarschrift, dat voor de verkoop en uiterlijk binnen zeven dagen te rekenen van de dag van de inbeslagneming, wordt ingediend bij het gerecht waartoe de rechter behoort, die de straf heeft opgelegd. Het gerecht geeft binnen zeven dagen, na zo nodig de veroordeelde en de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd, te hebben gehoord, althans daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen om te verschijnen, zijn met redenen omklede beschikking, die onverwijld aan de veroordeelde wordt betekend.

  4. Ten aanzien van derden, die bij een inbeslagneming van goederen daarop geheel of gedeeltelijk recht menen te hebben, zijn de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES van toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES