Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Derde Afdeling

Procedure

Artikel 580

Indien de door de vreemde staat overgelegde stukken naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende zijn om op een verzoek tot tenuitvoerlegging een beslissing te nemen, biedt hij de autoriteiten van de verzoekende staat de gelegenheid binnen een door hem te stellen redelijke termijn aanvullende stukken of inlichtingen te verschaffen.

Artikel 581

  1. Tenzij Onze Minister reeds aanstonds van oordeel is dat het verzoek om tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, stelt hij het met de daarbij behorende stukken in handen van de procureur-generaal.

  2. Indien de procureur-generaal van oordeel is dat het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is of dat aanleiding bestaat gebruik te maken van een van de in het toepasselijke verdrag omschreven gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging, brengt hij dit oordeel onverwijld vergezeld van zijn advies ter kennis van Onze Minister, die daaromtrent beslist. De procureur-generaal deelt de veroordeelde die krachtens deze titel voorlopig zijn vrijheid is ontnomen, onverwijld mee op welke dag hij zijn advies aan Onze Minister heeft uitgebracht.

Artikel 582

Wanneer een vreemde staat heeft bewilligd in de tenuitvoerlegging van een door deze opgelegde sanctie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, stelt Onze Minister de door de autoriteiten van die staat overgelegde stukken in handen van de procureur-generaal.

Artikel 583

  1. De procureur-generaal vordert binnen twee weken na de dag waarop hij de in artikel 581 of 582 bedoelde stukken heeft ontvangen, schriftelijk, dat het Hof verlof verleent tot tenuitvoerlegging. Bij zijn vordering legt de procureur-generaal de stukken aan het Hof over. Een afschrift van de vordering wordt aan de veroordeelde betekend. Bij zijn vordering legt de procureur-generaal tevens een lijst van voorwerpen of vorderingen over, die ingevolge de artikelen 579a tot en met 579e, in beslag zijn genomen.

  2. De in het eerste lid gestelde termijn wordt geschorst van het tijdstip waarop de procureur-generaal overeenkomstig artikel 581, tweede lid, adviseert aan Onze Minister tot het tijdstip waarop de procureur-generaal van Onze Minister bericht ontvangt dat de tenuitvoerlegging dient te worden gevorderd.

  3. Indien de veroordeelde ingevolge deze titel voorlopig zijn vrijheid is ontnomen, eindigt de schorsing in ieder geval na veertien dagen.

  4. Het eerste tot en met het derde lid bepaalde is niet van toepassing, indien de ten uitvoer te leggen sanctie uitsluitend bestaat uit een geldboete.

  5. De artikelen 197 en 486 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 584

  1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de in artikel 583 bedoelde vordering bepaalt de voorzitter van het Hof het tijdstip waarop het Hof een aanvang zal maken met de behandeling van de vordering. Tussen de dag waarop de mededeling om ter terechtzitting te verschijnen aan de veroordeelde is betekend en die van de terechtzitting moet een termijn van ten minste tien dagen verlopen.

  2. Met toestemming van de veroordeelde kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming uit een schriftelijke verklaring blijkt.

Artikel 585

De griffier van het Hof doet onverwijld aan de procureur-generaal en aan de veroordeelde mededeling van het tijdstip dat voor de behandeling van de vordering is bepaald. Daarbij wordt de veroordeelde, van wie niet blijkt dat hij reeds een advocaat heeft, opmerkzaam gemaakt op zijn bevoegdheid een of meer advocaten te kiezen en op de mogelijkheden tot toevoeging van een advocaat, alsmede op zijn recht op kennisneming van de processtukken.

Artikel 586

  1. De procureur-generaal en de veroordeelde zijn bevoegd ten behoeve van het onderzoek dat het Hof ingevolge deze titel heeft te verrichten en de beslissingen die het heeft te nemen, getuigen en deskundigen te doen dagvaarden.

  2. De procureur-generaal kan bij met redenen omklede beslissing weigeren getuigen of deskundigen te dagvaarden, indien redelijkerwijze moet worden aangenomen dat deze door de veroordeelde zijn opgegeven ten einde ter terechtzitting verklaringen af te leggen ter betwisting van feiten als bedoeld in artikel 588, derde lid. De beslissing wordt onverwijld schriftelijk ter kennis van de veroordeelde gebracht. Hij wordt daarbij opmerkzaam gemaakt op het bepaalde in artikel 588, zesde lid.

Artikel 587

  1. De behandeling van de vordering heeft plaats in tegenwoordigheid van de procureur-generaal. De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn en kan zich door zijn advocaat doen bijstaan.

  2. De behandeling van de vordering geschiedt in het openbaar, tenzij het Hof op het verzoek van de veroordeelde of om gewichtige, in het proces-verbaal van de zitting te vermelden, redenen sluiting van de deuren beveelt.

Artikel 588

  1. Het Hof onderzoekt de identiteit van de veroordeelde, de ontvankelijkheid van de procureur-generaal, alsmede de mogelijkheid van tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing en de feiten en omstandigheden die voor zijn beslissing van belang zijn.

  2. De procureur-generaal en de veroordeelde en diens advocaat worden in de gelegenheid gesteld ter terechtzitting van het Hof te worden gehoord.

  3. Het Hof is gebonden aan de vaststelling van de feiten die de buitenlandse rechter kennelijk aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd. Het treedt niet in een nieuw onderzoek naar deze feiten.

  4. Op punten die niet in deze titel zijn geregeld, vindt het bepaalde in de Tweede Afdeling van Titel IV van het Vijfde Boek overeenkomstige toepassing, behoudens het bepaalde omtrent het verhoor van getuigen en het houden van een schouw.

  5. Indien getuigen zijn gedagvaard ter verkrijging van inlichtingen omtrent de persoonlijkheid van de veroordeelde of indien het Hof het noodzakelijk acht feiten te onderzoeken ter beoordeling van het bestaan van gronden die naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, doch niet naar dat van de vreemde staat, de strafbaarheid van het feit of de dader uitsluiten,vindt voorts het bepaalde in de Tweede Afdeling van Titel IV van het Vijfde Boek omtrent het verhoor van getuigen overeenkomstige toepassing.

  6. Indien de procureur-generaal overeenkomstig artikel 586, tweede lid, heeft geweigerd een getuige te dagvaarden, kan de veroordeelde het Hof verzoeken alsnog de dagvaarding van de getuige te bevelen. Het Hof gaat hiertoe over, indien het van oordeel is dat de procureur-generaal in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen.

  7. De procureur-generaal legt, na voorlezing, een conclusie aan het Hof over. Indien de conclusie strekt tot bewilliging in de tenuitvoerlegging, omschrijft zij de straf of maatregel die naar het oordeel van de procureur-generaal in plaats van de buitenlandse sanctie behoort te worden opgelegd. Tevens vermeldt de procureur-generaal in dat geval met welk strafbaar feit naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba het feit op grond waarvan de veroordeelde aan een buitenlandse sanctie is onderworpen, overeenkomt.

Artikel 589

  1. Op vordering van de procureur-generaal kan het Hof ter zitting de gevangenneming van de veroordeelde bevelen op de grond genoemd in artikel 575

  2. Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten, beslist het Hof ambtshalve over de gevangenhouding van de veroordeelde wie krachtens deze titel voorlopig zijn vrijheid is ontnomen.

  3. Een krachtens het eerste of tweede lid bevolen vrijheidsontneming blijft van kracht, totdat de uitspraak van het Hof voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.

Artikel 590

  1. Bevindt het Hof:

    1. dat de overgelegde stukken niet voldoen aan het door het toepasselijke verdrag gestelde eisen;

    2. dat de veroordeelde zich met vrucht op een grond, die naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wel, doch naar het recht van de vreemde staat niet de strafbaarheid van het feit of de dader uitsluit, had kunnen beroepen, en dat hij geen gedwongen psychiatrische verpleging behoeft;

    3. dat de tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van het in een van de artikelen 569, 570, 571, 573 of 574 bepaalde niet kan plaatshebben; of

    4. dat bij afweging van alle betrokken belangen een beslissing tot tenuitvoerlegging in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in redelijkheid niet kan worden genomen;dan verklaart het de tenuitvoerlegging ontoelaatbaar.

  2. De procureur-generaal kan, zolang het onderzoek ter terechtzitting niet is gesloten, zijn vordering intrekken. Hij stelt de veroordeelde van het intrekken van de vordering terstond in kennis.

  3. In andere dan de in het eerste en tweede lid voorziene gevallen, verklaart het Hof de tenuitvoerlegging toelaatbaar, met vermelding van de toepasselijke wets- en verdragsbepalingen.

Artikel 591

  1. Indien het Hof, de tenuitvoerlegging toelaatbaar acht, verleent het verlof tot tenuitvoerlegging van de buitenlandse rechterlijke beslissing en legt, met inachtneming van het daaromtrent in het toepasselijke verdrag voorgeschrevene, de straf of maatregel op, die op het overeenkomstige feit naar het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is gesteld. De uitspraak van het Hof wordt met redenen omkleed. De uitspraak geeft voorts de bijzondere redenen op, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid en voorts zoveel mogelijk de omstandigheden, waarop bij de vaststelling van de duur of de hoogte van de straf is gelet. De artikelen 388, 390, 391, 400, 407, tweede en derde lid, en 410 zijn van toepassing.

  2. Bij het opleggen van tijdelijke gevangenisstraf of hechtenis beveelt het Hof, dat de tijd gedurende welke aan de veroordeelde in de vreemde staat ter uitvoering van de hem aldaar opgelegde sanctie, met het oog op zijn overbrenging naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba en uit hoofde van deze titel zijn vrijheid ontnomen is geweest, bij de uitvoering van de straf geheel in mindering zal worden gebracht.

  3. Het Hof zendt aan Onze Minister van Justitie onverwijld een gewaarmerkt afschrift van zijn uitspraak toe.

Artikel 591a

  1. Verlof tot tenuitvoerlegging van een in de vreemde staat opgelegde sanctie strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden beperkt tot de tenuitvoerlegging van de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat, dat in omvang slechts een gedeelte van dat voordeel vertegenwoordigt.

  2. Indien de in de vreemde staat opgelegde sanctie strekt tot de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, spreekt het Hof, indien de vreemde staat uitdrukkelijk heeft verzocht die sanctie slechts ten uitvoer te leggen op voorwerpen die dat voordeel vertegenwoordigen, de verbeurdverklaring daarvan uit. In dat geval is het Hof niet gebonden aan beperkingen ingevolge artikel 35, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht BES.

  3. Op uitspraken, houdende een verbeurdverklaring, zijn de artikelen 151, 153 en 154 van overeenkomstige toepassing.

  4. Op uitspraken, houdende de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, is artikel 634 van overeenkomstige toepassing.

  5. Artikel 579e is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 592

De tenuitvoerlegging van een op grond van artikel 591 opgelegde straf of maatregel geschiedt met inachtneming van het bij of krachtens dit Wetboek, het Wetboek van Strafrecht BES of enige bijzondere strafwet betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen bepaalde.

Artikel 592a

  1. Indien de in de vreemde staat opgelegde sanctie uitsluitend strekt tot de betaling van een geldboete, eventueel onder bedreiging met een vervangende tot vrijheidsontneming strekkende sanctie, wordt deze ten uitvoer gelegd krachtens een beslissing van de procureur-generaal.

  2. Alvorens een beslissing te nemen ingevolge het eerste lid stelt de procureur-generaal de veroordeelde in de gelegenheid te worden gehoord.

  3. De procureur-generaal drukt overeenkomstig het bepaalde in het toepasselijke verdrag het bedrag van de geldboete uit valuta van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Indien het verdrag daaromtrent geen voorschriften bevat bepaalt de procureur-generaal de hoogte van het bedrag volgens de wisselkoers die gold op het tijdstip van veroordeling in de vreemde staat. Als wisselkoers geldt de middenkoers zoals dagelijks vastgesteld en genoteerd door de Europese Centrale Bank.

  4. Voor valuta waarvan de wisselkoers niet dagelijks door de Europese Centrale Bank wordt vastgesteld en genoteerd geldt de wisselkoers die wordt verkregen uit de waarde in speciale trekkingsrechten van de desbetreffende valuta op de laatste werkdag van de maand waarin de teenuitvoer te leggen sanctie in de vreemde staat werd opgelegd.

Artikel 592b

  1. De ingevolge artikel 592a genomen beslissing en de dag waarop het daarbij vastgestelde bedrag moet worden voldaan, worden vanwege de procureur-generaal zo spoedig mogelijk aan de veroordeelde ter kennis gebracht.

  2. Tegen de beslissing van de procureur-generaal kan de veroordeelde binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan, waaruit voortvloeit dat de beslissing hem bekend is, een bezwaarschrift indienen bij het Hof, indien de opgelegde geldboete het bedrag van USD 27,93 overschrijft.

  3. Op de wijze van indiening en intrekking van een bezwaarschrift zijn de artikelen 445, tweede lid, 446 tot en met 451 van overeenkomstige toepassing.

  4. Op de behandeling van het bezwaarschrift zijn de artikelen 38 tot en met 42, 47 en 48 van overeenkomstige toepassing.

  5. Verklaart het Hof het bezwaar gegrond, dan vernietigt het de beslissing van de procureur-generaal of vult deze aan met inachtneming van het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht BES. Acht het, ondanks vernietiging de tenuitvoerlegging wel toelaatbaar, dan doet het Hof hetgeen de procureur-generaal had behoren te doen. In alle gevallen dat het Hof de tenuitvoerlegging van een geldboete toelaatbaar verklaard, bepaalt het tevens de duur van de vervangende hechtenis.

  6. De artikelen 591, derde lid, en 592, zijn van toepassing.

Artikel 592c

  1. Beslissingen als bedoeld in artikel 592a kunnen zodra zij zijn genomen worden ten uitvoer gelegd, tenzij het toepasselijke verdrag anders bepaalt. Door het indienen van een bezwaarschrift binnen de daarvoor gestelde termijn wordt de tenuitvoerlegging opgeschort.

  2. Beslissingen genomen krachtens artikel 592a worden ten uitvoer gelegd met inachtneming van het bij of krachtens dit wetboek omtrent de tenuitvoerlegging van geldboeten bepaalde, met uitzondering van het derde lid van artikel 630.

Artikel 592d

Indien tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis moet worden overgegaan doet de procureur-generaal met het oog daarop een vordering overeenkomstig artikel 583, tenzij het Hof krachtens artikel 592b, vijfde lid, de duur van de vervangende hechtenis reeds heeft bepaald.

Artikel 593

  1. Voor zover een verdrag daarin uitdrukkelijk voorziet kan, op aanwijzing van Onze Minister, de tenuitvoerlegging of verdere tenuitvoerlegging van een in een vreemde staat opgelegde tot vrijheidsontneming strekkende sanctie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba plaatsvinden buiten toepassing van paragraaf 3 van deze afdeling.

  2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan slechts worden gegeven, indien uit een door de veroordeelde ondertekende verklaring blijkt dat hij met zijn instemming naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overgebracht met het oog op de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde sanctie.

  3. De in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan slechts worden gegeven, nadat advies is ingewonnen van het Hof.

  4. Hangende de beslissing tot het geven van een aanwijzing kan de veroordeelde met toepassing van de artikelen 575 tot en met 579 voorlopig zijn vrijheid worden ontnomen.

  5. Indien op advies van het Hof het geven van een aanwijzing achterwege blijft, nemen leden van het Hof die terzake hebben geadviseerd, niet aan de behandeling van de door de procureur-generaal overeenkomstig artikel 583 ingediende vordering deel.

  6. De tenuitvoerlegging van de in het eerste lid bedoelde sanctie geschiedt op last van de procureur-generaal.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES