Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 648

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. Aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen wordt uit 's Rijks kas een vergoeding toegekend voor de kosten, die ingevolge het bij en krachtens het Besluit tarief justitiekosten strafzaken bepaalde ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of door de intrekking van dagvaardingen of rechtsmiddelen door het openbaar ministerie nutteloos is geworden.

  2. Het bedrag van de vergoeding wordt op verzoek van de gewezen verdachte of zijn erfgenamen vastgesteld. Het verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de zaak bij de president van het Hof van Justitie. Deze kan een van de rechters die over de zaak hebben gezeten, tot de vaststelling van de vergoeding aanwijzen. De rechter geeft voor het bedrag van de vergoeding een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.

  3. Degenen, die het verzoek hebben ingediend, kunnen worden gehoord. Indien zij dit verlangen, worden zij gehoord, althans daartoe behoorlijk opgeroepen.

  4. Uitbetaling geschiedt door of vanwege Onze Minister van Financiën.

  5. Een en ander vindt overeenkomstige toepassing op rechtsgedingen tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen en op de behandeling van klaagschriften, als bedoeld in de artikelen 150 tot en met 151.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 10-10-2010.

Tekst van deze versie

  1. Aan de gewezen verdachte of zijn erfgenamen wordt uit 's Rijks kas een vergoeding toegekend voor de kosten, die ingevolge het bij en krachtens het Besluit tarief justitiekosten strafzaken bepaalde ten laste van de gewezen verdachte zijn gekomen, voor zover de aanwending van die kosten het belang van het onderzoek heeft gediend of door de intrekking van dagvaardingen of rechtsmiddelen door het openbaar ministerie nutteloos is geworden.

  2. Het bedrag van de vergoeding wordt op verzoek van de gewezen verdachte of zijn erfgenamen vastgesteld. Het verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de zaak bij de president van het Hof van Justitie. Deze kan een van de rechters die over de zaak hebben gezeten, tot de vaststelling van de vergoeding aanwijzen. De rechter geeft voor het bedrag van de vergoeding een bevelschrift van tenuitvoerlegging af.

  3. Degenen, die het verzoek hebben ingediend, kunnen worden gehoord. Indien zij dit verlangen, worden zij gehoord, althans daartoe behoorlijk opgeroepen.

  4. Uitbetaling geschiedt door of vanwege Onze Minister van Financiën.

  5. Een en ander vindt overeenkomstige toepassing op rechtsgedingen tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen en op de behandeling van klaagschriften, als bedoeld in de artikelen 150 tot en met 151.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES