Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Zevende Afdeling

Sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek

Artikel 272

Indien de rechter-commissaris oordeelt dat het gerechtelijk vooronderzoek is voltooid of dat tot voortzetting daarvan geen grond bestaat, of wel indien de officier van justitie hem schriftelijk meedeelt dat van verdere vervolging wordt afgezien, sluit hij het onderzoek bij een beschikking waarin de reden van de sluiting is vermeld, en doet hij deze aan de officier van justitie toekomen en aan de verdachte betekenen. Tegen deze beschikking is geen voorziening toegelaten.

Artikel 273

  1. Indien in de zaak een bevel krachtens de artikelen 15 tot en met 29 is gevraagd of gegeven, doet de officier van justitie een mededeling overeenkomstig artikel 272 niet dan nadat daarin is bewilligd door het Hof van Justitie.

  2. De officier van justitie doet te dien einde de processtukken, vergezeld van een verslag houdende de gronden voor zodanige mededeling, toekomen aan het Hof van Justitie.

Artikel 274

  1. Indien het gerechtelijk vooronderzoek is gesloten, doch het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen, kan de rechter in eerste aanleg, op de vordering van de officier van justitie of op het verzoek van de verdachte, de rechter-commissaris het verrichten van bepaalde handelingen van nader onderzoek opdragen.

  2. De vordering van de officier van justitie en het verzoek van de verdachte bevatten, op straffe van niet-ontvankelijkheid met redenen omkleed, een nauwkeurige opgave van de handelingen van onderzoek die door de rechter-commissaris dienen te worden verricht.

  3. Indien de rechter daartoe gronden aanwezig acht, hoort hij de officier van justitie of de verdachte, tenzij hij de vordering of het verzoek aanstonds niet ontvankelijk of ongegrond acht.

  4. Het door de rechter-commissaris te verrichten nader onderzoek geldt als een gerechtelijk vooronderzoek en wordt gevoerd overeenkomstig de artikelen 226 tot en met 272.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES