-
De zaak wordt ter terechtzitting aanhangig gemaakt door een dagvaarding vanwege de officier van justitie aan de verdachte betekend. Het rechtsgeding neemt op het moment van de betekening een aanvang.
-
Wanneer de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt krachtens een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding waarvan de geldigheidsduur reeds eenmaal of ingevolge artikel 98, vierde lid, reeds tweemaal is verlengd, kan de dagvaarding geschieden, ook al is het gerechtelijk vooronderzoek nog niet gesloten.Van de dagvaarding geeft de officier van justitie in dat geval schriftelijk kennis aan de rechter-commissaris. Door deze kennisgeving eindigt het gerechtelijk vooronderzoek. De artikelen 272 en 277 vinden alsdan geen toepassing.
-
Bij de betekening van de dagvaarding, zomede in de oproeping bedoeld bij artikel 414 wordt, de bevoegdheid vermeld, die de verdachte bij artikel 76, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is verleend.
-
De rechter bepaalt, op de voordracht van de officier van justitie, de dag van de terechtzitting.
Wetboek van Strafvordering BES Actueel
Inhoud
Titel I
Artikel 285
-
De dagvaarding bevat een zodanige opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, dat de verdachte daaruit redelijkerwijze kan begrijpen, ter zake waarvan hij wordt verdacht.
-
Zij behelst tevens de vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.
-
Indien de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt krachtens een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding, waarvan de geldigheidsduur reeds eenmaal of, ingevolge artikel 98, vierde lid, reeds tweemaal is verlengd, kan voor de opgave van het feit worden volstaan met de omschrijving die in dat bevel is gegeven.
Artikel 286
Strafbare feiten die op dezelfde terechtzitting worden aangebracht en waartussen verband bestaat of die door dezelfde persoon zijn begaan, worden gevoegd aan de kennisneming van de rechter onderworpen, indien dit in het belang van het onderzoek is.
Artikel 287
-
De officier van justitie is bevoegd getuigen en deskundigen ter terechtzitting te doen dagvaarden.
-
Bij de dagvaarding van de verdachte worden voor zover mogelijk opgegeven de namen, het beroep en de woon- of verblijfplaats, of, bij onbekendheid van een of ander, de aanduiding, zo nauwkeurig mogelijk, van de getuigen en deskundigen, die vanwege de officier van justitie zullen worden gedagvaard.
-
De verdachte wordt daarbij kenbaar gemaakt dat hij het recht heeft getuigen en deskundigen te doen dagvaarden of op de terechtzitting mee te brengen; hij wordt daarbij tevens opmerkzaam gemaakt op de voorschriften van de artikelen 289, eerste en tweede lid, 293 en 308, eerste lid.
Artikel 288
-
De officier van justitie doet aan ieder, die zich met betrekking tot het tenlastegelegde feit overeenkomstig artikel 206 als benadeelde partij heeft opgegeven, kennisgeven van de dag, het uur en de plaats van de terechtzitting.
-
De kennisgeving geschiedt zo mogelijk tenminste drie dagen voor de dag van de terechtzitting. Zij behelst een korte aanduiding van het tenlastegelegde feit. Bij de kennisgeving wordt de benadeelde partij tevens opmerkzaam gemaakt op de haar betreffende voorschriften van de artikelen 374 tot en met 380.
Artikel 289
-
De verdachte heeft het recht getuigen en deskundigen ter terechtzitting te doen dagvaarden.
-
Hij geeft deze daartoe ten minste drie dagen voor de terechtzitting in persoon ten parkette van de officier van justitie of schriftelijk bij aangetekende, aan de officier gerichte brief op. Hij vermeldt daarbij de namen, het beroep en de woon- of verblijfplaats, of, bij onbekendheid van een of ander, duidt hij hen zo nauwkeurig mogelijk aan. Bij schriftelijke opgave geldt de dag van ontvangst van de brief, die onverwijld daarop wordt aangetekend, als dag van opgave.
-
De officier van justitie doet de getuigen of deskundigen, opgegeven met inachtneming van het tweede lid, onverwijld dagvaarden, tenzij er naar zijn oordeel dwingende gronden bestaan om de dagvaarding te weigeren. In dit laatste geval maakt hij de verdachte opmerkzaam op het bepaalde in artikel 318, derde lid.
-
De getuigen en deskundigen, die zijn gedagvaard, worden gebracht op de in artikel 318, tweede lid, bedoelde lijst.
Artikel 290
-
Op straffe van nietigheid moet tussen de dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend, en die van de terechtzitting, een termijn van ten minste zeven dagen, of, ingeval door de rechter-commissaris overeenkomstig de Zevende Titel van het Zevende Boek bevelen tot handhaving van de openbare orde zijn gegeven, van ten minste vier dagen verlopen. Wanneer de verdachte in een ander eilandgebied wordt gedagvaard dan waar de rechter zitting houdt, wordt de termijn van dagvaarding met zeven dagen verlengd. De termijn bedraagt ten minste zes weken, indien de verdachte in het buitenland woonachtig is.
-
Met toestemming van de verdachte kan deze termijn worden verkort, mits van deze toestemming blijkt door een verklaring, af te leggen op de griffie van het gerecht in eerste aanleg waarvoor gedagvaard wordt; de artikelen 446 en 447 zijn van overeenkomstige toepassing. Geschiedt de betekening van de dagvaarding door een deurwaarder of ambtenaar van politie, dan kan de verdachte de verklaring ook doen opnemen in de akte van uitreiking; hij moet de verklaring tekenen; indien hij niet kan tekenen, wordt de oorzaak van het beletsel in de akte vermeld.
-
Vrijwillige verschijning van de verdachte op een dagvaarding, betekend in strijd met de voorschriften van dit artikel, dekt de nietigheid.
-
In dat geval kan de rechter op het verzoek van de verdachte en in het belang van diens verdediging schorsing van het onderzoek tot een bepaalde dag bevelen.
Artikel 291
-
Zolang het onderzoek op de terechtzitting nog niet is aangevangen, kan de officier van justitie de dagvaarding intrekken. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de verdachte.
-
De officier van justitie draagt zorg dat de gedagvaarde getuigen en deskundigen tijdig met de intrekking worden bekendgemaakt.
-
Wordt bij of na de intrekking van de dagvaarding van verdere vervolging afgezien, dan doet de officier van justitie de verdachte onverwijld kennisgeven, dat hij hem ter zake van het feit waarop de dagvaarding betrekking had, niet verder zal vervolgen. De artikelen 279 en 280 zijn van toepassing.
Artikel 292
-
Indien de dagvaarding is ingetrokken, zonder dat de verdachte een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend, stelt de rechter op het verzoek van de verdachte, de officier van justitie een termijn waarbinnen hetzij tot dagvaarding, hetzij tot kennisgeving van niet verdere vervolging moet worden overgegaan. De verdachte wordt op het verzoek gehoord. Artikel 282, vierde en vijfde lid, is van toepassing.
-
De termijn kan op de vordering van de officier van justitie door de rechter telkens voor een bepaalde tijd worden verlengd.