Wetboek van Strafvordering BES Actueel

Inhoud

Titel V

Schorsing van de vervolging

Artikel 30

  1. Indien de waardering van het tenlastegelegde feit afhangt van de beoordeling van een geschilpunt van burgerlijk recht, kan de rechter, in welke stand van de vervolging ook, de vervolging voor een bepaalde tijd schorsen ten einde de uitspraak van de burgerlijke rechter over het geschilpunt af te wachten.

  2. De schorsing kan telkens voor een bepaalde tijd worden verlengd en te allen tijde worden opgeheven.

Artikel 31

  1. In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is:

    1. ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij;

    2. ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij;

    3. over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling.

    De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.

  2. In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.

Artikel 32

Na het uitbrengen van de dagvaarding ter terechtzitting kan de verdachte de schorsing wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht enkel verzoeken, hetzij bij het bezwaarschrift dat tegen die dagvaarding kan worden ingediend, hetzij op de terechtzitting.

Artikel 33

  1. Indien de verdachte na het begaan van het strafbare feit in een toestand is komen te verkeren dat hij niet meer in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen, schorst de rechter, in welke stand van de vervolging ook, de vervolging.

  2. Zodra van het herstel van de verdachte is gebleken, wordt de schorsing opgeheven.

Artikel 34

  1. Bij schorsing van de vervolging kan de rechter, ambtshalve of op de vordering van het openbaar ministerie, niettemin spoedeisende maatregelen bevelen.

  2. Hij kan gelasten dat de schorsing zich niet zal uitstrekken tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft.

Artikel 35

Alvorens omtrent de schorsing te beslissen, kan de rechter getuigen en deskundigen horen.

Artikel 36

De beslissingen omtrent de schorsing worden genomen hetzij ambtshalve, hetzij op de vordering van het openbaar ministerie, hetzij op het verzoek van de verdachte of zijn raadsman, door de rechter voor wie de zaak wordt vervolgd of zal worden vervolgd, of voor wie de zaak het laatst is vervolgd.

Artikel 37

Tegen beslissingen omtrent de schorsing staat het openbaar ministerie binnen drie dagen daarna en de verdachte binnen drie dagen na de betekening hoger beroep open bij het Hof van Justitie.

← terug naar Wetboek van Strafvordering BES