Wetboek van Strafvordering BES

Inhoud

Artikel 177t

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2019.
  1. De officier van justitie kan, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in artikel 177s, tweede lid, tweede volzin, deze gegevens vorderen, in geval van:

    1. verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en dat, gezien zijn aard of de samenhang met andere vermoedelijk door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert;

    2. aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.

  2. Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan noch worden gericht tot de verdachte noch tot de persoon, bedoeld in de artikelen 251, 252 of 253.

  3. Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden gedaan na voorafgaande machtiging, te verlenen door de rechter-commissaris.

  4. Artikel 177s, derde, vijfde, zesde, en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

01-07-2025 Huidig 15-05-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-07-2019 Historisch 01-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 15-12-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 10-10-2010

Tekst van deze versie

  1. De officier van justitie kan, indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, van degene van wie redelijkerwijs kan worden vermoed dat hij toegang heeft tot gegevens als bedoeld in artikel 177s, tweede lid, tweede volzin, deze gegevens vorderen, in geval van:

    1. verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, daten dat, gezien zijn aard of de samenhang met andere vermoedelijk door de verdachte begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert;
    2. aanwijzingen van een terroristisch misdrijf.

  2. Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan nietnoch worden gericht tot de verdachte noch tot de verschoningsgerechtigde,persoon, bedoeld in de artikelen 251, 252 enof 253.
  3. Een vordering als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden gedaan na voorafgaande machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.
  4. Artikel 177s, derde, vijfde, zesde, en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering BES