Indien een getuige, tijdens het gerechtelijk vooronderzoek beëdigd of overeenkomstig artikel 250, tweede lid, aangemaand, overleden is of, naar het oordeel van het Hof, niet op de terechtzitting heeft kunnen verschijnen, of van wiens verhoor overeenkomstig het bepaalde in artikel 318, zevende lid, is afgezien, zal zijn vroegere verklaring, mits ter terechtzitting voorgelezen, als aldaar afgelegd worden aangemerkt.
Inhoud
Artikel 335
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2015.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2015.
01-07-2025
Huidig
15-05-2025
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-07-2019
Historisch
01-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
15-12-2010
Historisch
10-10-2010
Historisch
Tekst van deze versie
Indien een getuige, tijdens het gerechtelijk vooronderzoek beëdigd of overeenkomstig artikel 250, tweede lid, aangemaand, overleden is of, naar het oordeel van het Hof, niet op de terechtzitting heeft kunnen verschijnen, of van wiens verhoor overeenkomstig het bepaalde in artikel 318, zevende lid, is afgezien, zal zijn vroegere verklaring, mits ter terechtzitting voorgelezen, als aldaar afgelegd worden aangemerkt.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.